Help, mijn bedrijf valt onder een verplicht pensioenfonds in een andere branche! Hoe kan dat? En is er een oplossing?
Het komt voor dat een bedrijf verplicht valt onder het pensioenfonds van een andere bedrijfstak. Een goed voorbeeld is Like Meat, producent van onder andere de vegetarische gehaktbal. Like Meat valt onder het verplichte pensioenfonds van de vleesverwerkende industrie. Het Hof Den Haag oordeelde dat het maken van veganistische vleesvervangers valt binnen de werkingssfeer van het bedrijfstakpensioenfonds voor Vlees, Vleeswaren, Gemaksvoeding en Pluimveevlees. Een vega-gehaktbal wordt namelijk gezien als gemaksvoeding. En gemaksvoeding valt onder de verplichtstelling van Bpf Vleb. De Hoge Raad heeft dit oordeel in stand gelaten.
Wat zegt de wet?
De wettelijke basis voor verplichte deelname aan een bedrijfstakpensioenfonds (Bpf) is de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Wet Bpf 2000). Als een werkgever onder een verplichtstelling valt dan moeten de statuten, reglementen en besluiten van het bedrijfstakpensioenfonds worden nageleefd door de aangesloten werkgever. Het betalen van pensioenpremie is bijvoorbeeld daarom verplicht. Het niet nakomen van deze verplichting kan leiden tot (hoofdelijke) bestuurdersaansprakelijkheid.
Een verplichtstelling kan worden aangevraagd bij de betreffende minister door het georganiseerde bedrijfsleven binnen een bedrijfstak, wanneer deze organisaties een belangrijke meerderheid van de in die bedrijfstak werkzame personen vertegenwoordigen.
Wat een bedrijfstak is, is niet gedefinieerd in wet- en regelgeving. Een bedrijfstak kan worden beschreven als een groep van bedrijven die zich bezighoudt met het produceren van vergelijkbare producten of diensten. Voorbeelden zijn de horeca, de bouw, de bankensector of de zorg. Hier wringt de schoen. Gemaksvoeding of niet, het lijkt niet logisch dat een producent van veganistische producten verplicht wordt aangesloten bij het pensioenfonds voor de vleesverwerkende industrie.
Wat zegt de rechter?
De zaak is inhoudelijk behandeld door de kantonrechter van de rechtbank Den Haag en het hof Den Haag. De Hoge Raad heeft de zaak in cassatie niet inhoudelijk behandeld.
De kantonrechter vond dat Like Meat niet onder de verplichtstelling van Vleb viel omdat zij geen vleesproducten maakt.
Het Hof oordeelde dat de producten die Like Meat maakt onder de beschrijving van gemaksvoeding in de verplichtstelling valt, waardoor Like meat verplicht moet worden aangesloten bij Bpf Vleb. De Hoge Raad liet dit oordeel in stand, maar oordeelde niet inhoudelijk.
Wat zegt de politiek?
Interessant is dat het Europese Parlement op 8 oktober 2025 heeft besloten dat vegetarische producten geen namen meer mogen hebben die naar verwijzen naar producten waar vlees in zit. Dit om Europese vleesboeren te beschermen tegen concurrentie van vegetarische alternatieven. Namen zoals Vega-gehaktbal, vegetarische worst, vegaburger en plantaardige schnitzel worden verboden.
What’s in the name?
Het hof heeft geoordeeld dat de gemiddelde burger onder gehaktballetjes, frikandellen en hamburgers vandaag de dag niet meer alleen de vleeshoudende producten verstaat, maar ook de vegetarische/veganistische varianten. Nu de namen van de vleesvervangers moeten worden aangepast, zou dit tot een andere beoordeling van de rechter kunnen leiden. Het is echter twijfelachtig of de naam van een product verschil uitmaakt voor de beoordeling door de rechter. Vega-balletjes blijven gemaksvoeding. En dan val je als – misschien wel – principiële maker van veganistische producten ineens onder de verplichtstelling van de vleesverwerkende industrie. Als dat een moreel probleem is voor de producent dan kan het indienen van een verzoek tot vrijstelling een oplossingsrichting zijn.
Frequently Asked Qestions
Dat kan doordat de werkingssfeer van een bedrijfstakpensioenfonds niet alleen kijkt naar ingrediënten (zoals vlees), maar naar de aard van het product. Zo oordeelde het Hof Den Haag dat veganistische vleesvervangers zoals vega-gehaktballen “gemaksvoeding” zijn. Gemaksvoeding valt onder de verplichtstelling van het pensioenfonds voor de vleesverwerkende industrie (Bpf Vleb).
Als een bedrijf onder een verplichtstelling valt, moet het deelnemen aan het pensioenfonds en de bijbehorende regels naleven. Dat betekent onder andere dat pensioenpremies verplicht moeten worden afgedragen. Het niet afdragen van pensioenpremies is een risico en kan leiden tot naheffingen, dwangbevelen en zelfs bestuurdersaansprakelijkheid.
De wet geeft geen definitie van het begrip bedrijfstak. In de praktijk wordt gekeken naar feitelijke werkzaamheden en de aard van de producten of diensten. Dat kan tot onverwachte en soms onlogische uitkomsten leiden, zoals een veganistische producent die wordt ingedeeld bij de vleesverwerkende industrie.
Ja, een bedrijf kan een verzoek tot vrijstelling indienen. Een vrijstelling wordt echter niet in alle gevallen automatisch verleend. Het verzoek om vrijstelling moet goed worden onderbouwd. Daarnaast is over het algemeen een gelijkwaardige eigen pensioenregeling noodzakelijk.
Dat bewijs wordt geleverd door inzicht te geven in de feitelijke werkzaamheden van het bedrijf. Denk aan een beschrijving van de productieprocessen, omzetverdeling, gebruikte grondstoffen, marketing, positionering in de markt en in de onderneming voorkomende functies. Niet de naam van het product, maar wat de onderneming daadwerkelijk doet, is doorslaggevend. Schriftelijke stukken en een duidelijke feitelijke onderbouwing zijn essentieel.
In een aantal gevallen moet een bedrijfstakpensioenfonds een vrijstelling verlenen als aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. Dat is het geval bij vrijstellingen in verband met: bestaande pensioenregeling of -voorziening, groepsvorming, een eigen cao, nettopensioen en onvoldoende beleggingsrendement. Bij een vrijstelling om andere redenen kan een bedrijfstakpensioenfonds vrijstelling verlenen, maar is dit niet verplicht.
Het is belangrijk om direct actie te ondernemen. Een dwangbevel heeft verstrekkende gevolgen en kan zonder tussenkomst van de rechter leiden tot beslaglegging. Een advocaat kan beoordelen of de onderneming onder de verplichtstelling valt en of verzet of een andere gerechtelijke procedure mogelijk is.
Ja, een bestuurder kan persoonlijk aansprakelijk worden gesteld als de premies niet worden betaald. Wanneer het bedrijf een rechtspersoon is en de premies niet afdraagt, kan een bestuurder aansprakelijk worden gesteld op grond van art. 23 Wet Bpf 2000.
Een advocaat is aan te raden zodra er sprake is van een geschil over de werkingssfeer, een dreigende naheffing, een dwangbevel of bestuurdersaansprakelijkheid. Vroegtijdige juridische ondersteuning voorkomt onnodige escalatie en vergroot de kans op een gunstige uitkomst.
Neem voor vragen over dit artikel gerust contact op met Sophia@asscherarbeidsrecht.nl